Maandag 12 juni zijn bij de Beatrixsluis in Almere de eerste meters aan duurzame oeverbeschoeiing van oude plezierboten gerealiseerd. In Flevoland is een bijzondere samenwerking tot stand gekomen tussen Waterschap Zuiderzeeland, hogeschool Windesheim, Reimert Bouw en Infrastructuur en CompoWorld. Samen maken zij van oude polyester boten damwanden voor oeverbeschoeiing.


Van afval naar waardevolle grondstof
Doorgaans zijn damwanden voor oeverbeschoeiing gemaakt van tropisch hardhout. Door oude of afgedankte polyester boten voor oeverbeschoeiing te gebruiken wordt afval een waardevolle en bruikbare grondstof: een mooi voorbeeld van circulaire economie. En vanwege het gebruik van polyester (thermoharde composieten) voor oeverbeschoeiing hoeven geen bomen gekapt te worden. Bovendien gaat deze duurzame oeverbeschoeiing naar verwachting veel langer mee dan houten oeverbeschoeiing. Goed voor het milieu dus.

Miljoenen kilo’s afgedankte boten
Al decennialang belanden miljoenen kilo’s afgedankte polyester zeilboten of motorboten op de sloop, omdat het materiaal zo hard is, dat het niet te recyclen is. Onderzoekers van Hogeschool Windesheim zochten én vonden echter een oplossing om het materiaal te hergebruiken als nieuwe, sterke damwanden voor oeverbeschoeiing.

CompoWorld stimuleert het gebruik van composieten waaronder polyester en heeft een belangrijke bijdrage geleverd in het realiseren van deze eerste meters door het samenbrengen van de verschillende partijen. Waterschap Zuiderzeeland wil de milieubelasting van het waterschap verminderen en een actieve bijdrage leveren aan duurzame ontwikkelingen door samenwerking met kennisinstellingen en bedrijven. Deze duurzame en innovatieve oeverbeschoeiing past bij die ambities en daarom is het waterschap trots om eigenaar te zijn van deze eerste duurzame meters aan oeverbeschoeiing. Reimert Bouw en Infrastructuur is mede-initiatiefnemer vanuit haar maatschappelijke verantwoordelijkheid om uitputting van natuurlijke bronnen als hardhout te voorkomen en bij te dragen aan de vermindering van het CO2-absorptievermogen.